woensdag 21 januari 2015

De jaarlijkse voornamenstand!

De Sociale Verzekeringsbank die in Nederland de kinderbijslag verzorgt, houdt al enkele jaren de voornamen bij van de nieuwgeborenen. In januari worden de ranglijsten van het voorgaande jaar getoond. De kranten pikken dit via het ANP op en publiceren er een stukje over. Soms met extra informatie na een journalistiek interviewtje met een ambtenaar van de burgerlijke stand of een ouderpaar dat een kind met een blijkbaar unieke naam heeft gekregen. Sommige kranten verwachten dat dit onderwerp ruime belangstelling heeft en wijden er meerdere kolommen aan. Voor De Volkskrant was het 14 januari slechts bladvulling. De krant beperkte zich tot de suggestieve mededeling dat de meisjesnaam Isis in januari en februari 2014 nog aan 17 meisjes werd gegeven en in december aan geen enkel. Dankzij ISIS is Isis taboe. Niettemin rukt de Islam bedreigend op, volgens een bijdrage op het internetforum GeenStijl, want door de varianten Mohamed, Mohammed en Muhammed bij elkaar op te tellen zou de som der delen met 635 babies op de 9de plaats uitkomen. Dat valt nog te bezien, want dan kun je ook de vrijheid nemen andere variantenclusters te berekenen die wellicht tezamen een hogere positie bereiken. Hoe bezwaarlijk is het bovendien dat een voornaam aan een overeenkomstige demografische afspiegeling beantwoordt? Alsof die naam het Mohammedaanse juk moet meetorsen. De verzuchting “Aahh, Kalifaat! Het einde is nabij” is evenwel cabaretesk als je beseft dat de arme Mohamed zich onder al die Daans, Sems, Luuks, Jaydens en Lucassen moet scharen, die er misschien heel anders uitzien dan hij. Bovendien: “Ouders kiezen vaker unieke namen voor hun kroost” - zo luidt de tekstkop in de Metro (14-1-2015). Dan komt een naam die in een bepaalde cultuur traditioneel is, zoals Mohamed, vanzelf in de populariteitspoll bovendrijven.
 Eerste 'cartoon' van Mohammed anno 1162 in de marge van een Koranvertaling.

De voornaamkeuze van onze nieuwe ouders prikkelt onze meningsvorming. Wat vind je daar nou van!? Sterallures! Doe maar gewoon dan doe je al ... En wat eerst een bijzondere naam was, is nu een naam voor alleman. Maar wel nog even stoer. Daan! Bram! Milan! Daar kunnen die ventjes zich mee laten horen op school, al vallen ze er misschien minder mee op dan dertig jaar geleden.
Met dank aan de kinderbijslag kunnen we tussen al die namen van nu rondneuzen. Voor de langere periode en de staafdiagrammen is er de Nederlandse VoornamenBank. Dan zien we trouwens dat de naam Daan -  die nu nummer één is bij de jongens met 751 benamingen - twaalf jaar geleden aan 1236 jongens werd gegeven. Alles is betrekkelijk. De Danen op de middelbare school mogen op de Daantjes neerkijken. Het blijkt trouwens ook dat er in 2014 niet meer Mohameds, Mohammeds en Muhammeds geboren zijn dan er in de eerste klas van de middelbare school zitten en die kunnen met zijn allen niet tegen Daan op.


woensdag 14 januari 2015

Willem de Zwijger, waarom?

In de maandelijkse Nieuwsbrief van het Meertens Instituut wordt steeds een vraag behandeld die het instituut gesteld wordt. Deze maand betrof het de bijnaam van Willem van Oranje: Willem de Zwijger. De vraag werd uitgebreid beantwoord door de historisch-taalkundige Nicoline van der Sijs. 
Het is merkwaardig dat we eigenlijk niet weten waarom Willem van Oranje deze bijnaam had. Maar ook dan is het goed te weten wat erover bekend is.

Willem Vos: Omstreeks 1952 leerde ik van onze hoofdonderwijzer dat de werkelijke bijnaam van Willem van Oranje niet Willem de Zwijger was, maar Willem de Zwigger. Dat is een molenterm, als bij dreigende storm de molen van de wind gedraaid werd. Overigens vond de onderwijzer dat die naam meer recht deed aan Willem van Oranje. Hij zweeg juist niet, maar wist als geen ander op het juiste moment te wijken (te zwiggen). De gevleugelde woorden ‘liever een graaf zonder land dan een graaf zonder hoofd’ duiden op beide eigenschappen: een goeie spreker die op het juiste moment een stapje opzij kon zetten. Op internet heb ik nergens een aanwijzing kunnen vinden. Ik zou het bijzonder op prijs stellen als het Meertens Instituut er aandacht aan zou besteden.

 

Het antwoord wordt gegeven door taalkundige Nicoline van der Sijs.

Willem de Zwijger of Willem de Zwigger?
De typering van Willem van Oranje als zwijgzame, gesloten man is in tegenspraak met wat bekend is van zijn levenshouding en daden. Al in de 19de eeuw verbaasde de beroemde historicus Robert Fruin zich daarom over de bijnaam De Zwijger: hoe kwam een welbespraakt iemand als de prins van Oranje aan een dergelijke bijnaam? In een artikel uit 1864 besteedt Fruin uitgebreid aandacht aan de kwestie (het artikel is herdrukt in het achtste deel van Robert Fruin's verspreide geschriften, 1900, p. 404-409).
            De eerste die de bijnaam noemt, is de geschiedschrijver Emanuel van Meteren, in zijn gezaghebbende Commentarien ofte memorien vanden Nederlandtschen Staet, handel, oorloghen ende gheschiedenissen uit 1608. In deze chronologische geschiedschrijving van de Nederlandse Opstand tegen het Spaanse gezag legt Van Meteren de bijnaam De Swijger in de mond van kardinaal Granvelle. Toen de kardinaal, die in dienst was van de Spaanse koning, in 1567 hoorde dat de opstandelingenleiders Egmont en Horne in Brussel gevangen waren genomen, vroeg hij onmiddellijk “of sy den swijger niet ghevangen hadden ofte connen crijgen?” “Daar mede meynende den Prince van Orangien,” legt Van Meteren uit. Toen Granvelle hoorde dat zijn vijand was ontkomen, antwoordde hij: “beter ware den swijger alleen gevangen, dan alle de reste t’same.”
           Fruin meent dat Van Meteren zich vergist: in de vele brieven die Granvelle over de situatie in de Lage Landen schreef, is deze bijnaam nergens te vinden. Waarschijnlijk, zo vermoedt Fruin, heeft Van Meteren per ongeluk de naam Granvelle verwisseld met die van de Vlaamse inquisiteur Titelmans, een ándere  tegenstander van Willem. Volgens een Latijns boekje uit 1574 over de gevangenname van Egmont en Horne luidde de reactie van Titelmans: “Als  astutus Gulielmus (sluwe Willem) is ontkomen, zal de vreugde van korte duur zijn.” Per abuis heeft Van Meteren de typering astutus Gulielmus van Titelmans weergegeven als den swijger en Granvelle als bron opgevoerd.
            Waar Van Meteren de bijnaam nu precies vandaan heeft, is nog steeds niet duidelijk: sinds het artikel van Fruin zijn er nauwelijks nieuwe feiten gevonden.
Geuzennaam
Oorspronkelijk was De Zwijger dus een scheldnaam, toegekend door een tegenstander van de prins. De naam werd snel internationaal bekend: al in de Duitse editie van Van Meterens werk uit 1614 komt der Schweiger voor. In het Frans spreekt men van Guillaume le Taciturne, in het Engels van William the Silent.
            Sympathisanten van de prins namen de naam over en maakten er een geuzennaam van. En ze verzonnen er een passende mythe bij, namelijk dat Willem van Oranje zwijgzaam was en tegenover zijn vijanden de kaken op elkaar wist te houden. Die mythe is wellicht in het leven geroepen door de beroemde Nederlandse schrijver P.C. Hooft. In zijn magnum opus Nederlandsche Historiën, waarvan de eerste twintig boeken in 1642 verschenen, beschrijft Hooft de geschiedenis van de Nederlandse Opstand, inclusief het verhaal dat Granvelle in 1567 de schimpnaam de zwijger had gebruikt. Veelzeggend voegt hij daaraan toe:
“Spaarzaam zeeker van woorden was deeze Vorst, en gewoon te zeggen; dat geen’ list van geveinstheit den grondt verberghen kan van eenen, die zich aan't kallen laat kryghen”
ofwel: deze vorst was inderdaad spaarzaam met woorden en hij placht te zeggen dat iemand die zich aan het praten laat krijgen, zich altijd bloot geeft, hoe sluw hij ook veinst.
(http://dbnl.org/tekst/hoof001nede01_01/hoof001nede01_01_0010.php)
De geuzennaam De Zwijger raakte overigens pas in de 19de eeuw ingeburgerd, om Willem van Oranje te onderscheiden van Willem I. Dit tot ongenoegen van Fruin, die er in zijn artikel alles aan doet om ‘dien hatelijken bijnaam’ uit te bannen.

Kardinaal Granvelle, Filips II en Alva. Bron: Staatkundige historie van Holland, anoniem, deel 10, 1761
Zwigger?
Nergens in de omvangrijke literatuur heb ik de variant Willem de Zwigger gevonden, of een verband met de molenbouw. Sterker nog: er bestaat geen woord zwigger of zwiggen. Wel kennen we het werkwoord zwichten, en waarschijnlijk is dit wat de onderwijzer van dhr. Vos bedoelde. Er bestaan zelfs twee werkwoorden zwichten, die niet aan elkaar verwant zijn: het ene werkwoord betekent ‘wijken, toegeven’ en is een variant van zwijgen, het tweede betekent ‘zeilen of touwen oprollen, borden van een molenwiek inbindenʼ en is verwant met zweep. Willem de Zwichter – erg heldhaftig klinkt het niet. De bovenstaande citaten hebben inmiddels wel aangetoond dat dit niet de oorspronkelijke naam is geweest.
Liever een graaf zonder land dan een graaf zonder hoofd
De onderwijzer van dhr. Vos ziet in de gevleugelde woorden Liever een graaf zonder land dan een graaf zonder hoofd een bewijs van de flexibiliteit van de Vader des Vaderlands. Hij veronderstelt kennelijk dat de prins deze woorden heeft geuit. Inderdaad kun je op verschillende plaatsen op internet lezen dat Willem van Oranje in 1567, voordat hij wegtrok uit Brussel, tegen de graaf van Egmont zou hebben gezegd: “Liever een prins [geen graaf] zonder land, dan een graaf zonder hoofd.” Egmont en Horne bleven in Brussel achter, en moesten dat met de dood bekopen. In een variant van het verhaal is sprake van afscheidswoorden, waarbij Egmont zou hebben gezegd: “Vaarwel, Prins zonder land”, en Willem als antwoord gaf: “Vaarwel, Graaf zonder hoofd.”
            Dit verhaal wordt al verteld door Hooft in zijn Nederlandsche Historiën, maar Hooft betwijfelt de historische realiteit. Hij schrijft:
Men voeght'er by, dat zy voortselkandre, Prins zonder goedt, Graaf zonder hooft, zouden adieu gezeit hebben. 'T welk ik nochtans niet zoo zeeker houde, als dat Oranje (want dit wordt meede vertelt) weemoedigh door erinnering van 't gewis bederf, beschooren voor Egmondt, ende denkende hem, op ditmaal voor 't laatste, te zien, den zelven hartelyk met omarming knelde, en, niet zonder weederzydighe traanen, daar af scheidde. Dit gesprek, beluistert (zoo de maare ging) door eenen, dien de Calvinischen in de schoorsteen der kaamere verborghen hadden, braght hen, niet weetende werwaarts zich te keeren, in d'uiterste bekommering.

In de periode hierna wordt zo af en toe gerefereerd aan het verhaal, maar het is waarschijnlijk echt algemeen bekend geworden dankzij La Légende d’Ulenspiegel van de Belgische auteur Charles de Coster uit 1867. In dit werk beleeft de schelm Uilenspiegel met zijn maat Lamme Goedzak allerlei avonturen tijdens de Nederlandse Opstand. In de Nederlandse vertaling uit 1896 wordt aan het einde van het tweede boek verteld hoe Uilenspiegel, verstopt in de schoorsteen – Coster volgt hier kennelijk Hooft –een discussie afluistert tussen Egmont en Willem van Oranje, die eindigt met:
Daarop dede de Zwijger teeken dat hij wilde vertrekken.
- Vaarwel, prins zonder land, zegde Egmond.
- Vaarwel, graaf zonder hoofd, antwoordde de Zwijger.
We kunnen dit verhaal gerust, in navolging van Hooft, apocrief noemen.
_________________________________________________
Dit artikel is verschenen in de nieuwsbrief (januari 2015) van het Meertens Instituut:

Afbeelding in kader: Joachim Köhler. Gebrandschilderd Glas 25 (detail) in de Sint-Janskerk in Gouda, Nederland: "Het ontzet van Leiden", Willem van Oranje (Wikipedia).

vrijdag 9 januari 2015

Charlie in Nederland

Charlie is deze dagen in Nederland (en in veel andere landen) misschien wel de meest gehoorde voornaam door de 'je suis Charlie'-akties naar aanleiding van de verschrikkelijke terreuraanslag van 7 januari op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs.

Voor 7 januari hoorde je de naam niet zo vaak, behalve wanneer het handelde over Charlie Brown (waar Charlie Hebdo naar vernoemd schijnt te zijn) of Charlie Chaplin. In 2010 waren er in Nederland in totaal 684 mensen met als (eerste) voornaam Charlie; 381 mannen en 303 vrouwen. Elk jaar worden nu ca. 80 nieuwe Charlies geboren en dat zullen er in 2015 naar aanleiding van deze gebeurtenis mogelijk heel wat meer worden.

Charlie is de vlei- of koosvorm van Charles en wordt dus ook als meisjesnaam gebruikt.
Als jongensnaam is de naam in Nederland vanaf 1940 langzaam steeds populairder geworden. Als meisjesnaam zien we een opkomst vanaf midden jaren 70.


Bron: Nederlandse VoornamenBank, Meertens Instituut.

Charly met Y kwam in 2010 in totaal 136 keer voor, bij 75 mannen en 61 vrouwen.
De variant Charley kwam in 2010 in totaal 233 keer voor. Deze is populairder voor meisjes (150) dan voor jongens (88), hetgeen waarschijnlijk komt door vernoeming naar de bekende kunstenares Charley Toorop (1891-1955). 

De oudste vermelding van Charlie als voornaam vonden we in WieWasWie, waar op 22 juli 1650 in het begraafboek van Breda een kind van Charlie Logie wordt genoemd, al kan men twisten of er niet eigenlijk 'Charle(s)' staat.

Bron voor statistische gegevens: Nederlandse VoornamenBank van het Meertensinstituut.