woensdag 26 november 2014

Wees er snel bij en geef een dubbele naam cadeau...

De nieuwe Namenwet van België, die op 25 februari 2014 werd aangenomen en op 1 juli in werking is getreden, leidt bij onze zuiderburen tot een dubbelenamenfestival. Ouders hebben sindsdien het recht om hun kinderen een combinatie van de achternamen van beide ouders mee te geven. Daarover berichtten wij al eerder op deze plek.

Nu hebben niet alleen pasgeborenen recht op een dubbele familienaam. Ook de achternaam van kinderen die geboren werden voor de inwerkingtreding van de wet op 1 juni 2014 kan worden aangepast. Het betreft een overgangsmaatregel waarvan tot 31 mei 2015 gebruik kan worden gemaakt. In de krant De Morgen werd vandaag bericht over onderzoeksrechter Philippe van Linthout uit Mechelen die zijn drie zonen met beroep op die overgangsmaatregel een dubbele naam cadeau gaf: "Als cadeau voor mijn vrouw omdat we vijftien jaar getrouwd zijn".
Zijn zonen gaan nu door het leven met de achternaam van Linthout Muller. We zijn benieuwd of het na dit nieuws voor 31 mei 2015 nog druk gaat worden op de Belgische gemeentehuizen...

(Met dank aan Otto van de Meij - @ArchiefHist - voor de tip.)

woensdag 19 november 2014

Arthur Schrijnemakers: Codex Nederlands-Limburgse Toponiemen

Kloeke en hechte toponymie is van de hand van enkele gepensioneerde heren. Zo kan de plaatsnaamkunde in Nederland tegenwoordig helaas samenvattend worden teruggebracht tot een trieste constatering.
Alsof de toponymie slechts een hobby in vrije tijd kan zijn in plaats van een wetenschappelijke discipline die de historische taalkunde en geografie samenbrengt. Een gezonde vrijetijdsbesteding is het kennelijk wel, want je kunt er oud mee worden. Alle respect voor de nijvere senioren. Bijzonder veel respect verdient de Limburger Arthur (M.J.H.A.) Schrijnemakers die tot op hoge leeftijd aan zijn artikelreeksen heeft gewerkt en dan nu op zijn 97ste mocht toezien hoe zijn werk bij elkaar werd gebracht in een boek van 951 bladzijden. Te meer daar hij al sinds 1952 in Amerika woont waar hij carrière maakte als professor filosofie (!). Zijn trouw aan Geleen en Limburg blijkt evenwel aan de vele historische en naamkundige artikelen die hij geschreven heeft, waarvoor hij toch honderden voor hem moeilijk toegankelijke bronnen heeft geraadpleegd.
Volgens opgave in het naamkundige documentatiesysteem van het Meertens Instituut schreef hij in 1962 de eerste aflevering van zijn ‘Limburgse toponymie’ in Veldeke (Tijdschrift voor Limburgse volkscultuur), waarin later de reeks ‘Nederlands-Limburgse nederzettingsnamen’ werd gepubliceerd. Verder schreef hij zijn artikelen in regionaal-historische periodieken als De Maasgouw (Tijdschrift voor Limburgse geschiedenis en oudheidkunde), het Historisch Jaarboek voor het Land van Zwentibold, het Jaarboek van de Heemkunde Vereniging Maas- en Swalmdal, het Jaarboek Heemkundevereniging Roerstreek en in een stadsgeschiedenisboek als Geleen door de eeuwen heen. Zijn eerste artikel in Naamkunde dateert uit 1972: 'Orthografie en localisatie van plaatsnamen'. In de laatste jaargang voor het vakblad ter ziele ging (jaargang 36, 2005-2006) stonden nog twee artikelen van Arthur Schrijnemakers: ‘De invloed van ontbossing op de toponymie van Nederlands Limburg en naaste omgeving’ en ‘Het Aduatuca- of Atuatuca-probleem’. Zijn licht scheen vanuit New York over heel Limburg tot diep in de historische grond.

Vóór het boek, waarin nagenoeg al Schrijnemakers’ Limburgse toponymie tot zijn levenswerk gecumuleerd is, onlangs kon worden gemaakt en gepresenteerd (in de naar hem genoemde Schrijnemakerszaal in de Biesenhof te Geleen), werd er jarenlang mee geleurd. In de eerste plaats is het dan ook de verdienste van Wim Ortjens en zijn kompanen van de Stichting Cultuurhistorische Uitgaven Geleen (SCHUG), die de waarde ervan onderkenden en bleven proberen om fondsen te werven voor Schrijnemakers’ bulk. De ‘Lijst van deelnemers’ telt 77 geldschieters die van 75,- tot 400,- euro en meer hebben bijgedragen. Het dikke naslagwerk dat treffend als Codex is betiteld, is in een oplage van 200 gedrukt.
Het was ook van groot belang dat er in de persoon van Michiel de Vaan, assistent-professor in de Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap, de Historische Taalkunde en Dialectologie aan de Universiteit van Leiden en tevens voorzitter van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde, een deskundige gevonden werd die op adequate wijze de redactie op zich kon nemen. De Vaan heeft de behandelde namen met gangbare dialectvormen aangevuld en hij heeft deze in fonetisch schrift omgezet. In een heldere inleiding verschaft hij de lezer in het kort de toponymische basis-informatie.

Dat Schrijnemakers ter dege bestudeerd heeft wat voorgangers over namen geschreven hebben, blijkt uit het uitgebreide hoofdstuk over ‘Nederlands-Limburgse toponymisten’, te beginnen bij de priester Jocundus in de elfde eeuw. In de volgende hoofdstukken worden de nederzettingsnamen per regio in alfabetische volgorde behandeld. Sommige namen nemen meerdere bladzijden in beslag.

Schrijnemakers, M.J.H.A. (Arthur)
Codex Nederlands-Limburgse toponiemen. 1160 nederzettingsnamen, 1425 bronnen.
Geleen, Stichting Cultuur-Historische Uitgaven Geleen, 2014, 951 p.
Met een inleiding (p. 5-10) van Michiel de Vaan.
ISBN 9789491118104