vrijdag 29 maart 2013

Een naam voor een fusiegemeente: hoe gaat Spijkenisse-Bernisse heten?

Eén van de kwesties die zich voordoen bij het fuseren van twee of meer gemeenten is de naam van de nieuwe gemeente. Hoe noemen we een fusiegemeente die uit verschillende plaatsen bestaat met verschillende kernen? De overheid heeft niet eenvoudigweg bepaald dat de grootste plaats of de plaats waar het gemeentehuis wordt gevestigd met zijn naam de aan hem toegevoegde voormalige gemeenten ondergeschikt maakt. Het gaat niet om inlijving van randdorpen bij de stad. Een gemeentebestuur van voormalige gelijkwaardige gemeenten moet met een raadsbesluit een gemeentenaam vaststellen door een keuze te maken uit verschillende voorstellen. Binnen de gemeenteraad kan dat tot vurige discussies leiden, want hoe moeilijk is dat! een naam vinden die iedereen kan waarderen!
Zo’n gemeentenaam moet het liefst meer betekenis hebben dan de som der delen, en tegelijk is het per definitie een geforceerde naam: er is van de bevolking uit geen naamgevingsproces aan voorafgegaan zoals dat bij de oudere plaatsnamen verondersteld kan worden. De raadsleden achten zich vaak ook niet geroepen om de eigen creativiteit aan te spreken, ideeën en voorstellen worden bij de lokale historische kring of bijvoorbeeld middels een prijsvraag bij de bevolking ingewonnen. Men komt soms uit bij een oud toponiem dat dan in de nieuwe gemeentenaam nieuw leven wordt ingeblazen, en dan zo mogelijk in een oude spellingsvorm. Zo werd bij samenvoeging van Sassenheim, Voorhout en Warmond in 2006 de naam Teylingen aangenomen, bekend van de Ruïne van Teylingen, het oude kasteel van het geslacht Van Teylingen.



Voor gemeentelijke naamgevingskwesties is de "Adviescommissie aardrijkskundige namen in Nederland" (AaniN) opgericht, aanvankelijk onder verantwoordelijkheid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) met het secretariaat op het Meertens Instituut, maar inmiddels ondergebracht bij het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG). Voor Teylingen heeft men deze commissie ook benaderd, maar de aanbeveling om geen archaïsche spelling te gebruiken, dus om er Teilingen van te maken in plaats van Teylingen, heeft de raad naast zich neergelegd. De opvatting van AaniN is dat de spelling van nieuwe plaatsnamen de algemene spellingsnormen moeten volgen om de gebruikers niet in verwarring te brengen. Maar moderne gemeenten menen met behulp van een spellingsvorm van vóór de spellingswetten een historisch verband sterker tot uitdrukking te brengen.
Enige verwarring is er nu inderdaad als men Sassenheim binnenrijdt. Men vindt er op borden behalve de gemeentenaam Teylingen met y ook de buurtnaam Teijlingen met ij, met de Teijlingerlaan die langs de ruïne loopt.

Momenteel wordt er een herindeling van de gemeenten Spijkenisse en Bernisse tot stand gebracht. Men heeft een campagne bedacht waarbij uiteindelijk door een naamgevingscommissie een shortlist met mogelijke namen wordt opgesteld. In deze commissie zal ook een afgevaardigde van AaniN plaatsnemen.
Zou de naam Schuddebeurs, de naam van poldergebied in Spijke- én Bernisse, in crisistijd gerechtvaardigd zijn?

Voor de Nederlandse gemeenten is door de "Adviescommissie aardrijkskundige namen in Nederland" een brochure samengesteld die zeker ook nuttig is om de kennis in het algemeen over de vaststelling van plaatsnamen en hun systematische verwerking te verspreiden. Deze brochure is in digitale vorm beschikbaar is: Aardrijkskundige namen een gemeentezaak!

Of om de pdf te printen: www.plaatsnamenadvies.nl/

--- LB

vrijdag 8 maart 2013

Naamkunde in Limburg

Het enige periodiek in Nederland dat nog Naamkunde in zich heeft is het Jaarboek van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde (VLDN). Dan is dat nog half-Nederlands en half-Belgisch, want het betreft Limburg aan beide kanten van de Maas en het wordt in Hasselt (B.) uitgegeven. In België is er trouwens maar één ander periodiek te vinden dat per definitie naamkundige artikelen opneemt: Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie (KCTD). Deze commissie is een eerbiedwaardige Belgische overheidsinstelling die in 1926 is ingesteld; in Nederland kent men zoiets niet.
                                                                
Jaarboek 13 en 14 van de VLDN (2011 en 2012) bevatten enkele interessante naamkundige artikelen. Vic Mennen, die als deskundig naamkundige vooral zijn woonplaats Lommel en omgeving heeft uitgekamd, schreef voor Jaarboek 13 het artikel: Nederzettingsnamen in het stroomgebied van de Zwarte Beek en de Mangelbeek (p. 5-37).
Voor dezelfde aflevering schreef
Jan Segers het artikel Familienamen in Beringen en de andere mijngemeenten (p. 39-63). Van zijn hand verschenen in eerdere jaarboeken al even uitgebreide artikelen over de familienamen van Margraten (12, 2010, p. 41-69) en Echt-Susteren (10, 2008, p. 13-46). Steeds is bekeken hoe de naamcategorieën en de naamsvariatie zich in deze gemeenten tot elkaar en het grotere geheel verhouden, en nu kan men ook resultaten uit beide Limburgen tegenover elkaar zetten. Zeker gaat Segers niet voorbij aan de namen van migranten in de mijngemeenten. Hij besteedt specifieke aandacht aan de Turkse namen in Beringen.

Michiel de Vaan, assistent-professor Indo-Europese en Historische Taalkunde aan de Universiteit van Leiden, heeft in Jaarboek 14 zijn dialectologische vakkennis uitgebreid door de bestudering van een bepaald familienaamtype uit de streek waar hij vandaan komt: Verkleinde familienamen in Noord-Limburg: Kleuskens, Litjens en hun voorgangers (p. 5-24). Wat dit mag betekenen voor mogelijk vervolg spreekt uit zijn conclusie:
"Het is gebleken dat familienamen-uit-verkleinde-roepnamen in Limburg veel regio-specifieke kenmerken vertonen. Ze vormen daarmee een waardevolle bron voor de Limburgse dialectologie, en omgekeerd kan de dialectologie belangrijke aanwijzingen leveren voor het ophelderen van deze familienamen. Bovendien bevatten middeleeuwse en vroegmoderne documenten uit Limburg veel informatie over verkleinde roep- en familienamen die erop wacht om verzameld en geïnterpreteerd te worden. Voor onder andere de genealogie, de beschrijving van de historische ontwikkeling van de Nederlandse familienamen en voor de historische klank- en vormleer van het Limburgs zijn daaruit nieuwe inzichten te verwachten."
-LB