vrijdag 6 december 2013

200 jaar Koninkrijk met De Jong en 299.999 andere familienamen

“200 jaar Koninkrijk” heeft her en der mensen geïnspireerd om iets leuks te bedenken waarmee de belangstelling van velen gewekt wordt voor de diversiteit van de Nederlandse cultuur. Bij de ANWB heeft men een ludieke publieksactie bedacht om de 300.000 achternamen van de Nederlanders te gebruiken voor een of ander monumentaal werk naar keuze. In 2012 heeft het Amsterdams 4 en 5 mei Comité designer Maarten Baas een immens tafelkleed laten ontwerpen met de namen van alle Amsterdammers erop. Die tafel werd op de Dam voor de Vrijheidsmaaltijd gedekt en het publiek kon op 5 mei aanschuiven. Bij Blokker waren de bijhorende servetten te verkrijgen.

Nu kan men via de website van de ANWB een antwoord geven op de vraag wat er nog meer met dit namencorpus gedaan kan worden. "De ANWB ontdekte [op de openingspagina van de Nederlandse FamilienamenBank!] dat als je al onze namen bij elkaar optelt, er 'slechts' 300.000 unieke achternamen overblijven. Zou het niet leuk zijn om met die namen wat te doen? En die te verwerken in een symbool? In een brug bijvoorbeeld, of een straat? Of een lichtkrant op een typisch Hollandse plek? Hoe langer je erover nadenkt, hoe leuker het wordt! Want alles kan." Wie een goed idee heeft kan het de ANWB door invulling van een formulier doorgeven.

Bij RTL 4 Editie NL heeft men hier vervolgens aandacht aan besteed en op de website van het programma kan men door de top 100 van de familienamen (12,5% van de bevolking!) scrollen. “Staat jouw naam niet in de Top 100? Bekijk dan op de website van het CBG hoeveel andere Nederlanders er net zo heten als jij.” De top honderd is ontleend aan het artikel “De top 100 van de familienamen in Nederland”, dat in 2010 in de Deventer Almanak is gepubliceerd en wie met een naam uit deze 100-lijst evengoed in de familienamenbank kijkt, zal helaas bemerken dat het aantal naamdragers enigszins verschilt. Bij de aantallen in de Deventer Almanak waren abusievelijk ook de emigranten uit het voorgaande decennium opgeteld. Die telfout is later in de Nederlandse FamilienamenBank gecorrigeerd.

Ook in verband met “200 jaar Koninkrijk” wordt uitbundig de verjaardag van Jan de Jong gevierd. Welke naam is er Nederlandser dan Jan de Jong? Dus welke Jan de Jong bedoelen we? De fotograaf Bert Verhoeff heeft enkele Jan de Jongen op hun verjaardag vastgelegd en de foto’s zijn momenteel te bezichtigen in het Atrium van het Stadhuis van Den Haag. De tentoonstelling van het werk van Bert Verhoeff heet kortaf “NL”.

NL laat Nederland zien in fotoverhalen met verschillende zeer herkenbare thema’s, heel fraai in beeld gebracht. Het is een reizende expositie die na Den Haag (15-11-2013 t/m 15-1-2014) nog naar Delfzijl, Maastricht, Zwolle, Assen en Amsterdam gaat. Bij de tentoonstelling hoort een dik fotoboek waarin behalve 369 foto’s van Bert Verhoeff ook een aantal mini-essays over de specifieke onderwerpen zijn opgenomen. Bij de verjaardag van Jan de Jong kan men dan lezen dat Jan de Jong misschien wel de meest voorkomende combinatie van een voornaam met een achternaam is, maar dat er op zijn minst een vraagteken geplaatst kan worden bij het algemeen Nederlandse aspect ervan. Bovendien wordt uitdagend de vraag gesteld of De Jong eigenlijk wel een naam is. Zoals zo vaak zit er een scherp randje aan dat wat als typisch Nederlands wordt verondersteld. De foto's van Bert Verhoeff zijn ook te zien via zijn website.

Gegevens over het boek:
Bert Verhoeff m.m.v Reinie van Goor, NL, Uitgeverij Lecturis (Eindhoven 2013).
Met tekstbijdragen van Abram de Swaan, Irene Stengs, Micha Heilbron, Leendert Brouwer e.a.

maandag 18 november 2013

Boek over de naam Jans(s)en in het Duitse Niederrhein

De quizvraag “wat is de meest voorkomende familienaam in Nederland?” levert correct het antwoord De Jong op. Velen zullen echter bij de meest typische Nederlandse naam denken aan de naam Jansen. Dat is eigenlijk ook wel zo, want als we de verschillende varianten ervan bij elkaar optellen dan laten Jansen en consorten de concurrenten De Jong, De Vries, Bakker, Van den Berg enz. met gemak achter zich.
Alleen al de twee meest voorkomende vormen, Jansen en Janssen, overstijgen gezamenlijk met 127.500 naamdragers (anno 2007) de variantenclusters van De Jong en De Vries. Dan kunnen er vervolgens nog namen als Janssens, Janse, Jans, Jansma, Janson, Janszen, Jansens, Jansema, Jansink, Jansman, Jansson, Janzen, Jensma, Jensen en Jense bij opgeteld worden.

Jans(s)en is niet alleen Nederlands of Vlaams, het is goed ons te realiseren dat deze naam ook voorbij de oostgrens in Duitsland frequent voor komt. Er is van de hand van de taalwetenschapper Dr. Georg Cornelissen zelfs een monografie over deze naam in het Nederrijngebied verschenen, met als ondertitel “het succesverhaal van een naam”. “Janssen,” zo lezen we in het voorwoord, is hier met al zijn varianten “Teil des landschaftlichen Kulturerbes”. Jawel, Jansen gaat iedereen in Nederrijnland aan, want “in jedem steckt ein bisschen Jans(s)en”, zo lezen we op de achterkant.
Het is niet zomaar een voor de aardigheid samengesteld boekje. We kunnen eenvoudigweg constateren dat Jans(s)en over de grens serieuze naamkundige belangstelling krijgt. Aan de productie van het boek hebben een viertal heemkundige verenigingen en het LVR-Institut für Landeskunde und Regionalgeschichte in Bonn bijgedragen. Onderzoek en samenstelling zijn in goede handen van Georg Cornelissen, want hij heeft al eerder blijk gegeven van zijn naamkundige aspiraties; vergelijk onderstaande titels. In zijn boek over Jans(s)en laat hij uiteraard niet alleen zien hoe deze naam uit Johannes is ontstaan, maar weidt hij ook uit over het fenomeen patroniem of vadersnaam en de namen op -sen. Cornelissen analyseert deskundig de historische constructie van de naam in zijn verschillende verschijningsvormen.

Georg Cornelissen: Jans(s)en vom Niederrhein. Die Erfolgsgeschichte eines Namens.
Kleve, Boss Verlag, 2012 (2. Auflage), 108 p, prus € 11,50, ISBN 978-3-89413-173-9

woensdag 16 oktober 2013

Column over Limburgse bijnamen van Leonie Cornips

Leonie Cornips is hoogleraar Taalcultuur in Limburg aan de Universiteit Maastricht. In een tweewekelijkse column in De Limburger doet ze verslag van haar onderzoek. Onlangs ging de column over Limburgse bijnamen.


vrijdag 4 oktober 2013

Lezingencyclus "Namen in Limburg“

In oktober en november worden drie naamkundige lezingen gehouden aan de Universiteit van Maastricht:

1. Prof. dr. Ann Marynissen (Keulen): "Familienamen in Limburg" op woensdag 30 oktober 2013    
2. Drs. Herman Kaldenhoven (Heerlen): "Plaatsnamen in Limburg" op woensdag 13 november 2013           
3. Dr. Gerrit Bloothooft (Utrecht): "Voornamen in Limburg" op woensdag 27 november 2013

Locatie: Bonnefantenstraat 2 (Ezelmarkt), Maastricht, Karl Ditrichzaal
De lezingen vinden plaats van: 16.00 tot 18.00 uur
 
Sprekers en samenvattingen

Prof. dr. Ann Marynissen is hoogleraar Nederlandse taalkunde aan het Institut für Niederlandistik van de Universität zu Köln. Ze publiceerde tal van studies over familienaamgeografie, over de geschiedenis van het Nederlands en over de positie van het Nederlands in het Rijn-Maasgebied.

Samenvatting lezing 1. Familienamen zijn streekgebonden. Zowel de inhoud van de namen (welke soortnaam als basis?) als hun vorm (spelling, klankpatroon, morfosyntactische opbouw) varieert regionaal. Zo zijn mensen die Rutten, Smeets, Houben of Theunissen heten, heel waarschijnlijk Limburgers of hebben ze Limburgse voorouders.
In deze lezing wordt eerst uiteengezet waar, wanneer en waarom de Nederlandse familienamen ontstaan zijn, wat ze betekenen en hoe ze gevormd zijn. Vervolgens wordt aan de hand van naamkaarten geïllustreerd welke familienaampatronen typisch zijn voor Limburg.

Drs. Herman Kaldenhoven is oud leraar Frans. Hij is auteur van het boek “Wat betekent deze plaatsnaam?”. Uitgeverij Leon van Dorp, Heerlen 2007.

Samenvatting lezing 2:  Aan de orde komen de opeenvolgende bewoners van deze streek en de sporen die zij hebben nagelaten in de toponymie. Aan de hand van een aantal water- en plaatsnamen worden een paar aspecten van de taalkundige gevolgen voor naamgeving besproken.

Dr. Gerrit Bloothooft is verbonden aan de afdeling Taalwetenschap van de Universiteit Utrecht. In samenwerking met het Meertens Instituut heeft hij de Nederlandse Voornamenbank en de Nederlandse Familienamenbank uitgebreid met gegevens van de namen van alle Nederlanders, zoals die in gemeentelijke basisadministratie bekend zijn.

Samenvatting lezing 3: Het geven van voornamen aan kinderen is het privilege van ouders waarbij identiteit in relatie tot de sociaal-culturele omgeving een belangrijke rol speelt. In beginsel zijn ouders vrij in de naamkeuze, maar vernoeming was vroeger een leidend principe. Dat is in de loop van de vorige eeuw sterk veranderd, en voornamen zijn een modeverschijnsel geworden. Daarbij hangen keuzen af van het opleidingsniveau van de ouders en hun gevoeligheid voor trends of juist traditie. Daarnaast worden de vanouds gebruikte roepnamen nu ook officieel geregistreerd, waar vroeger de latijnse vorm genoteerd werd. Tegen de achtergrond van deze algemene ontwikkeling in de voornaamgeving zal ingegaan worden op specifieke kenmerken  de voornamen in Limburg . Dit betreft onder andere het aantal voornamen, het gebruik van typisch Limburgse voornamen zoals Sjuul(ke) en Bèr, de rol van de naam Maria in laatste positie voor zowel jongens als meisjes, en de populariteit van buitenlandse voornamen.

De lezingenreeks wordt georganiseerd door het Dr. Winand Roukens Fonds.
Het Winand Roukens Fonds is opgericht in 1967 en genoemd naar Winand Roukens, lector in de Volkskunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen van 1951 tot 1967. De doelstelling bij de oprichting was een wetenschappelijk volkskundig bureau ter bestudering van de Limburgse volkscultuur.
Verschillende onderzoekers van FASoS zijn betrokken bij het  fonds: Prof.dr. Leonie Cornips, Prof.dr. Ad Knotter, en Emeritus Prof.dr. Wiel Kusters vormen de raad van advies van het Winand Roukens Fonds.
Prof.dr. Leonie Cornips is mede-organisator van deze lezingenreeks.

Voor donateurs van het Roukensfonds is de cyclus gratis. Deelnemers die geen donateur zijn betalen € 5,- per college of kunnen ter plaatse donateur worden.

Website Lezingenreeks

maandag 26 augustus 2013

De meest populaire voornamen vanaf 2000

Op de website Voornamelijk.nl staat een overzicht van de 50 populairste voornamen vanaf het jaar 2000. Niets blijkt zo modegevoelig als voornamen voor pasgeborenen, al zijn er ook constanten en echte trends in te ontdekken. Kaknamen worden mainstream en importnamen zijn meer tijdelijk populair. 


De tien populairste meisjesnamen van de 21e eeuw zijn voor meisjes tot nu toe: Anna, Anne, Emma, Eva, Fleur, Julia, Lisa, Lotte, Sanne en Sophie. Bij de jongens zijn dat Daan, Jesse, Lars, Lucas, Milan, Ruben, Sem, Thijs, Thomas en Tim.

Op z'n retour in de top 50 zijn de importnamen  Kim, Britt, Demi, Marit en Indy bij de meisjes en Rick, Kevin, Justin, Mike, Niels, Nick en Robin bij de jongens. Maar daar komen weer andere leennamen voor terug.

donderdag 22 augustus 2013

De familienamen van Woerden

Eén van de (vrije) tijdsbestedingen van de genealoog Rob van Drie, adjunct-directeur van het Centraal Bureau voor Genealogie, is genealogie. Met zijn belangstelling voor familienamen en hun geschiedenis heeft hij nu het plan opgevat om zijn woonomgeving in kaart te brengen. Hij wil een boek samenstellen over de familienamen van Woerden. Daarvoor heeft hij onlangs een blog geopend: Namen in Woerden, herkomst en aanwezigheid van familienamen in de gemeente Woerden.

In zijn benadering van een naam gaat hij uit van een naamdrager uit het recente verleden. Hij geeft van deze naamdrager de directe voorouders en gaat dan terug tot de oudste naamvoerder, voor zover bekend of relevant voor deze familie(tak). Bij elke naam geeft hij ook een naamsverklaring, indien mogelijk in relatie tot de gevonden naamsgegevens. Dat leidt bij de eerste naam in het alfabet al meteen tot een naamkundige incongruentie: een naam heeft een veronderstelde verklaring, maar in de ontstaansgeschiedenis wordt die verklaring niet aangetoond. Zo wordt Aantjes als patroniem of metroniem uit de voornaam Aantje verklaard, maar bij de genese van de familienaam bij de betreffende familie Aantjes kan deze voornaam moeilijk thuisgebracht worden. Vader heet Gerrit Janze en moeder Marrigje Teunis Covel. De enige overeenkomst kan gelegen zijn in de namen Janze en Aantjes, namelijk daarin dat beide voornamen uit Johannes gevormd zouden kunnen zijn. Maar de roepnaam van de vader van Gerrit was Jan en niet Ane of Aantje, want anders had Gerrit geen Janze geheten. De naamsaanneming door de kinderen van Gerrit Janze is betrekkelijk laat (Alblasserwaard eind 18e eeuw); wellicht leidde deze naam al een sluimerend bestaan en moet Aantje in een verder verleden gezocht worden. Een andere verklaring dan uit een roepnaam doet zich bij Aantjes immers niet voor. De voornaam waarvan de roepnaam is afgeleid is dan eerder Adriaan dan Johannes, wat blijkt uit de ontstaanswijze van de naam Aanen eveneens in de Alblasserwaard. Had Gerrit Janze iets met de familie Aanen van doen en is daardoor de naam Aantjes als een bijnaam ontstaan? Tot zulke vragen wordt de familienaamonderzoeker andermaal geprikkeld.
Rob van Drie is al een tijdje in de spaarzame tijd die hij eraan besteden kan bezig met zijn Woerdenproject. Hoewel hij over meer namen relevante gegevens verzameld heeft, heeft hij op de website in eerste instantie een twaalftal namen geplaatst bij een inleiding en andere algemene informatie. Nadrukkelijk wordt de belangstellende uitgenodigd om aanvullingen te leveren en suggesties te doen. Hieruit zou een mooie lokale monografie kunnen groeien. Er kan steeds weer een naamlemma aan toegevoegd worden.

Hebben er al meer van dergelijke initiatieven tot resultaat geleid? Wij zouden graag willen weten of er vergelijkbare namenblogs of -sites over een plaats of streek in ontwikkeling zijn. Wel zijn er in het verleden vergelijkbare publicaties verschenen. De bewoners van Bunschoten-Spakenburg kunnen hun voorouders bijvoorbeeld in een lijvig boekwerk terugvinden. Maar dit is uitsluitend een genealogische publicatie. Meer met een naamkundige insteek is het boek van Dirk Otten (1985) over het ontstaan van de familienamen in Heerde. In Noord-Brabant heeft Christ Buiks de namen uit middeleeuws bronmateriaal gelicht voor het boek Oude familienamen in de Baronie (1994). Verder had Tanneke Schoonheim van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie bijvoorbeeld een rubriek over Leidse familienamen in het Leidsch Dagblad, dat in een Lexicon van Leidse achternamen zou kunnen uitmonden. Deze publicaties hebben inderdaad een naamkundige nadruk - de invalshoek komt uit oude bronnen. Wat Van Drie verbijzondert is de genealogische relatie tussen een hedendaagse of 20ste eeuwse persoon uit Woerden en de vestiging en aanwezigheid van zijn voorouders in een ver of minder ver verleden.

donderdag 30 mei 2013

Populariteit babynamen in VS in 2012

Via de databases van de Social Security Administration is in kaart gebracht welke babynamen in de Verenigde Staten het meest voor komen. In Amerika varieert de populariteit van babynamen van staat tot staat. De populairste meisjesnamen eindigden in 2012 allemaal op een A: Sophia, Emma, Isabella, Olivia en Ava. 
Onderstaand kaartje geeft aan in welke staten de verschillende namen uit dit toplijstje het meest populair waren. Emma en Sophia veroverden de meeste staten. Maar drie staten springen er uit door een "eigenwijze keuze" voor Isabella, Olivia of Ava als populairste naam. De populariteit van het Spaans klinkende Isabella in Florida zou wel eens te maken kunnen hebben met de grote groep Cubaanse migranten in die staat. 


Bij de jongensnamen was in 2012 de variatie wat groter. Geen Emma-achtige taferelen hier. Maar ook hier is er sprake van clustering van Liam-land in het noordwesten en William-county in het Zuidoosten.


Een soortgelijk bericht plaatsten we eerder op onze Facebook-pagina.  
Bron: Daily Mail van 22 mei. Met dak aan een tip van @Archiefhist.

vrijdag 29 maart 2013

Een naam voor een fusiegemeente: hoe gaat Spijkenisse-Bernisse heten?

Eén van de kwesties die zich voordoen bij het fuseren van twee of meer gemeenten is de naam van de nieuwe gemeente. Hoe noemen we een fusiegemeente die uit verschillende plaatsen bestaat met verschillende kernen? De overheid heeft niet eenvoudigweg bepaald dat de grootste plaats of de plaats waar het gemeentehuis wordt gevestigd met zijn naam de aan hem toegevoegde voormalige gemeenten ondergeschikt maakt. Het gaat niet om inlijving van randdorpen bij de stad. Een gemeentebestuur van voormalige gelijkwaardige gemeenten moet met een raadsbesluit een gemeentenaam vaststellen door een keuze te maken uit verschillende voorstellen. Binnen de gemeenteraad kan dat tot vurige discussies leiden, want hoe moeilijk is dat! een naam vinden die iedereen kan waarderen!
Zo’n gemeentenaam moet het liefst meer betekenis hebben dan de som der delen, en tegelijk is het per definitie een geforceerde naam: er is van de bevolking uit geen naamgevingsproces aan voorafgegaan zoals dat bij de oudere plaatsnamen verondersteld kan worden. De raadsleden achten zich vaak ook niet geroepen om de eigen creativiteit aan te spreken, ideeën en voorstellen worden bij de lokale historische kring of bijvoorbeeld middels een prijsvraag bij de bevolking ingewonnen. Men komt soms uit bij een oud toponiem dat dan in de nieuwe gemeentenaam nieuw leven wordt ingeblazen, en dan zo mogelijk in een oude spellingsvorm. Zo werd bij samenvoeging van Sassenheim, Voorhout en Warmond in 2006 de naam Teylingen aangenomen, bekend van de Ruïne van Teylingen, het oude kasteel van het geslacht Van Teylingen.



Voor gemeentelijke naamgevingskwesties is de "Adviescommissie aardrijkskundige namen in Nederland" (AaniN) opgericht, aanvankelijk onder verantwoordelijkheid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) met het secretariaat op het Meertens Instituut, maar inmiddels ondergebracht bij het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG). Voor Teylingen heeft men deze commissie ook benaderd, maar de aanbeveling om geen archaïsche spelling te gebruiken, dus om er Teilingen van te maken in plaats van Teylingen, heeft de raad naast zich neergelegd. De opvatting van AaniN is dat de spelling van nieuwe plaatsnamen de algemene spellingsnormen moeten volgen om de gebruikers niet in verwarring te brengen. Maar moderne gemeenten menen met behulp van een spellingsvorm van vóór de spellingswetten een historisch verband sterker tot uitdrukking te brengen.
Enige verwarring is er nu inderdaad als men Sassenheim binnenrijdt. Men vindt er op borden behalve de gemeentenaam Teylingen met y ook de buurtnaam Teijlingen met ij, met de Teijlingerlaan die langs de ruïne loopt.

Momenteel wordt er een herindeling van de gemeenten Spijkenisse en Bernisse tot stand gebracht. Men heeft een campagne bedacht waarbij uiteindelijk door een naamgevingscommissie een shortlist met mogelijke namen wordt opgesteld. In deze commissie zal ook een afgevaardigde van AaniN plaatsnemen.
Zou de naam Schuddebeurs, de naam van poldergebied in Spijke- én Bernisse, in crisistijd gerechtvaardigd zijn?

Voor de Nederlandse gemeenten is door de "Adviescommissie aardrijkskundige namen in Nederland" een brochure samengesteld die zeker ook nuttig is om de kennis in het algemeen over de vaststelling van plaatsnamen en hun systematische verwerking te verspreiden. Deze brochure is in digitale vorm beschikbaar is: Aardrijkskundige namen een gemeentezaak!

Of om de pdf te printen: www.plaatsnamenadvies.nl/

--- LB

vrijdag 8 maart 2013

Naamkunde in Limburg

Het enige periodiek in Nederland dat nog Naamkunde in zich heeft is het Jaarboek van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde (VLDN). Dan is dat nog half-Nederlands en half-Belgisch, want het betreft Limburg aan beide kanten van de Maas en het wordt in Hasselt (B.) uitgegeven. In België is er trouwens maar één ander periodiek te vinden dat per definitie naamkundige artikelen opneemt: Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie (KCTD). Deze commissie is een eerbiedwaardige Belgische overheidsinstelling die in 1926 is ingesteld; in Nederland kent men zoiets niet.
                                                                
Jaarboek 13 en 14 van de VLDN (2011 en 2012) bevatten enkele interessante naamkundige artikelen. Vic Mennen, die als deskundig naamkundige vooral zijn woonplaats Lommel en omgeving heeft uitgekamd, schreef voor Jaarboek 13 het artikel: Nederzettingsnamen in het stroomgebied van de Zwarte Beek en de Mangelbeek (p. 5-37).
Voor dezelfde aflevering schreef
Jan Segers het artikel Familienamen in Beringen en de andere mijngemeenten (p. 39-63). Van zijn hand verschenen in eerdere jaarboeken al even uitgebreide artikelen over de familienamen van Margraten (12, 2010, p. 41-69) en Echt-Susteren (10, 2008, p. 13-46). Steeds is bekeken hoe de naamcategorieën en de naamsvariatie zich in deze gemeenten tot elkaar en het grotere geheel verhouden, en nu kan men ook resultaten uit beide Limburgen tegenover elkaar zetten. Zeker gaat Segers niet voorbij aan de namen van migranten in de mijngemeenten. Hij besteedt specifieke aandacht aan de Turkse namen in Beringen.

Michiel de Vaan, assistent-professor Indo-Europese en Historische Taalkunde aan de Universiteit van Leiden, heeft in Jaarboek 14 zijn dialectologische vakkennis uitgebreid door de bestudering van een bepaald familienaamtype uit de streek waar hij vandaan komt: Verkleinde familienamen in Noord-Limburg: Kleuskens, Litjens en hun voorgangers (p. 5-24). Wat dit mag betekenen voor mogelijk vervolg spreekt uit zijn conclusie:
"Het is gebleken dat familienamen-uit-verkleinde-roepnamen in Limburg veel regio-specifieke kenmerken vertonen. Ze vormen daarmee een waardevolle bron voor de Limburgse dialectologie, en omgekeerd kan de dialectologie belangrijke aanwijzingen leveren voor het ophelderen van deze familienamen. Bovendien bevatten middeleeuwse en vroegmoderne documenten uit Limburg veel informatie over verkleinde roep- en familienamen die erop wacht om verzameld en geïnterpreteerd te worden. Voor onder andere de genealogie, de beschrijving van de historische ontwikkeling van de Nederlandse familienamen en voor de historische klank- en vormleer van het Limburgs zijn daaruit nieuwe inzichten te verwachten."
-LB

woensdag 27 februari 2013

Bakker in familienamen - boek van Jan Spendel

Jan Spendel uit Voorschoten heeft in de afgelopen veertien jaar zeven boeken over familienamen geschreven. Na het eerste boek, dat de familienamen in het algemeen behandelde, heeft hij zich in de volgende delen steeds toegelegd op een semantisch thema. Een drietal ging over beroepen: meiers, molenaars en smeden, een boek ging over namen van buitenlandse oorsprong en in het voorlaatste heeft hij een aantal merkwaardige namen bij elkaar gezet, die mogelijk in aanmerking komen voor het juridische predikaat ‘onwelvoeglijk’ als het erop aan komt van de staat toestemming te verkrijgen voor naamswijziging.
Het zevende boek van Spendel betreft echter weer een beroep. In verschillende hoedanigheden heeft hij ditmaal de bakkers uitgelicht: met enerzijds de broodbakkers, koekenbakkers, bollenbakkers en wafelbakkers - zij die in de deegwaren zitten -, en daarnaast zij die met klei kneden: steenbakkers, pottenbakkers, pannenbakkers en tichelaars.
Het zijn geen boeken waar een commerciële uitgever in geïnvesteerd heeft. Ze zijn in eigen beheer uitgegeven, gedrukt bij online-distributeurs als Gopher en Alvo, die een uitkomst zijn voor menig genealoog als hij na jaren huisvlijt het resultaat in kleine kring wil verspreiden.
Zulke boeken komen voort uit een passie. Zo ook Spendels boeken. Ze zijn met het nodige geduld samengesteld na een ruime collectieperiode, bestemd toch ook voor belangstellenden in de boekwinkel, van populair-wetenschappelijke grondslag, niet met de pretentie van diepgegraven volledigheid, niet overdreven grappig of gedurfd (eerder droog opgeschreven) en aardig geïllustreerd maar zwart-wit.

In 'Bakker' is alles wat bakken aangaat er evenwel bijgehaald. Het boek bestaat uit twee delen: deel I - Familienamen, deel II - Geschiedenis. In het tweede deel worden ondermeer verschillende bakkers opgesomd met woordverklaring en wat dies meer zij. We krijgen inzicht in ovens, kleisoorten en het gildewezen. Tot slot nog een hoofdstuk met een allegaartje van spreekwoorden en anecdotes.
Het interessantste deel is allicht de eerste helft met de verzamelde familienamen in alfabetische volgorde van Aardewerk tot en met Zuurdeeg (volgens het voorwoord worden meer dan 700 verschillende namen vermeld). Hiervoor heeft Jan Spendel een hoeveelheid genealogische gegevens gebruikt en hij borduurt voort, zoals hij aangeeft, op informatie die in de Nederlandse Familienamenbank is ontsloten. Een twintigtal personen wordt achterin bedankt voor hun (genealogische) bijdrage met betrekking tot een door hun onderzochte familie. De naam Bakker zelf wordt overigens in 27 verschillende families opgesplitst.
Niet bij alle namen uit de bakkerij is de familiegeschiedenis uitgediept. Zo wordt de naam Bollebakker weliswaar genoemd met de verklaring ‘bakker van bollen’ (in Friesland bolle = wittebrood), maar is er over een familie Bollebakker blijkbaar niets bekend.
Enkele discutabele namen staan bijeen in het hoofdstukje ‘valse bakkernamen’. Daarin bijvoorbeeld de naam Bonebakker. De gezaghebbende naamkundige Frans Debrabandere veronderstelt dat deze naam een verhaspeling is van het toponiem ‘Boonacker’. Maar Jan Spendel stelt hier tegenover dat er wel degelijk ook met bonenmeel gebakken wordt en vraagt zich af of de familienaam hier misschien toch mee in verband kan worden gebracht. Tja, zonder historische gegevens over de familienaam of over het voorkomen van een woord ‘bonenbakker’ is er wat de naamsverklaring geen uitkomst, wat mij betreft.

- LB

Jan Spendel: Bakker in familienamen. Amsterdam, Uitgeverij Gopher, 2012, ISBN 9789051798081

woensdag 6 februari 2013

Carnaval - spotziek plezier

Zolang de mens enzovoort ... benoemt hij zijn medemens en een van de redenen om dat te doen is om zijn medemens te kwetsen. Door je naaste te pesten met een rotnaam, of om hem vast te pinnen aan een kenmerk, zet je hem toch maar mooi op zijn nummer. Wie rossig haar heeft zal het weten ook: we noemen hem ‘de rooie’. Op een gegeven moment haal je je schouders daar bij op, naamgever en benoemde, dan noem je iemand zo omdat hij nu eenmaal zo heet en je weet niet beter. De pejoratieve naamgeving blijkt toch aan de basis van een betere verstandhouding te hebben gelegen. Eigennamen zijn ingeburgerd. Uit zulke bijnamen zijn zelfs familienamen voortgekomen: De Ro, Rood, De Rooij, Roobol.

Humor komt uit de menselijke onderlaag omhoog om cultureel op te bloeien. Ook gemeenschappen werden en worden nog met bijnamen gekarakteriseerd. Met name de gemeenschappen dichtbij, want die zijn kenbaar. In carnavalstijd behoort de ‘carnavalsnaam’ tot de parafernalia. Oeteldonk als naam voor Den Bosch is inmiddels algemeen bekend, maar elk dorp of stadje waar ze een optocht houden heeft er wel een. In Limburg beperkt men zich kennelijk meer tot de dialectvorm van een plaatsnaam.

Bijna een eeuw geleden heeft Jozef Cornelissen in een serie boekwerken de scheldnamen van plaatsen en hun inwoners als groep verzameld. Latere verzamelaars hebben daar uiteraard veel profijt van gehad. Worden er nog nieuwe namen gegeven? De indruk bestaat dat het verschijnsel tanende is, maar misschien moet er beter veldwerk worden gedaan.
In carnavalstijd worden de onderlinge spotnamen als geuzennamen gedragen. Het probleem is natuurlijk dat je jezelf niet zo’n naam kunt geven. Je moet elders vernemen hoe je woonplaats en zijn inwoners genoemd worden. Dus dan toch maar weer naar de kermis in het volgende dorp en hopen dat ze je daar na een knok- en scheldpartijtje zo’n rotnaam geven zoals ‘Kruikezeikers’ of ‘Kaaienschijters’ die je trots mee terug kunt nemen.

Aanstekelijke literatuur (een selectie):

Jozef Cornelissen: Nederlandsche volkshumor op stad en dorp, land en volk. Spot- en bijnamen, spotrijmen, spotvertellingen, volksetymologische sagen, spreekwoorden en zegswijzen, enz., naar hun oorsprong en beteekenis verklaard. Antwerpen 1929.
-----
[Heerkens, Piet]: Spotnamen. Noord-Brabantse plaatsen en hun inwoners met een bijnaam.
In: De Wazerweijen. Heemkundekring 'De Heerlyckheit Dongen' (1991), nr. 39, p. 947-948.
Gevolgd door 'Brabantse scheldprocessie', overgenomen uit A. van Oirschot: Het land van de Brabanders (1975).
-----
A.L. Hottenhuis: Schelden doet geen pijn... Over namen en bijnamen.
In: Jaarboek Twente 30 (1991), p. 7-13. Met een lijst spotnamen van inwoners van Twentse plaatsen.

-----
Theo van de Voort: Scheldnamen in de regio Meerlo-Wanssum.
Z.p. 1994, 75 p.
-----
Dirk van der Heide: Scheldnamen.
In: Alledaagse Dingen. Tijdschrift over volkscultuur, regionale geschiedenis, folklore en volkskunst in Nederland.
1994, jrg. 1, nr. 1, p. 5.
Verzamelt de dorpsscheldnamen in heel Nederland en probeert de herkomst ervan te achterhalen. Inmiddels zijn er diverse publicaties verschenen, waaronder:
Dirk van der Heide: Groot schimpnamenboek van Nederland.
Bedum 1998, 308 p.
-----
G. Sels: Spotnamen, spotgebruiken en volkshumor uit de Turnhoutse Kempen.
In: Taxandria. Jaarboek van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van de Antwerpse Kempen 67 (1995), p. 87-168.
-----
Willem Boxma: Schimpnamen. Galgelapers, bregebidlers, grenaten en andere Friezen.
In: Traditie. Tijdschrift over tradities en trends 5 (1999), nr. 2, p. 12-13.
-----
Har Brok: Doppenhokkers, kooleters en andere scheldnamen.
In: De Jol. Tijdschrift van de Stichting Oudheidkamer Oostzaan 22 (2006), p. 14-18.
-----
Joop van Dalfsen: Waarom Brabantse plaatsen met carnaval anders heten.
In: Brieven van Paulus. Tweemaandelijks periodiek van de heemkundekring "Paulus van Daesdonck", Nieuw-Ginneken 32 (2007), nr. 163, p. 101-103.
-----
De Bosatlas van Nederland.
Groningen, Wolters-Noordhoff Atlasproducties, 2007, p. 359: Carnavalsnamen (in Noord-Brabant).
-----
Riemer Reinsma: Namen in boerenkiel. Carnavalsplaatsnamen in Nederland.
In: Onze Taal 77 (2008), nr. 1, p. 30-33.
-----
Harry Nijhuis: Van Twentse zoaltkloetens, gruppendrieters en heuimiegers.
In: Sprekend van aard. Bijnamen en karaktereigenschappen in streektalen. Het dialectenboek, 11. Groesbeek / Gent, Stichting Nederlandse Dialecten / Variaties vzw. 2011, p. 87-90.
-----

Website:
Lijst van alternatieve plaatsnamen tijdens carnaval
-----

Zo maar wat namen plus verhaalbron:

Grielachers - inwoners van de Sjeet (Schaesberg); huilers en lachers tegelijk.
Harry Haas: De Merksteinse burgerij anno 1668.
In: Bulletin Oudheidkundig en Cultuurhistorisch Genootschap Landgraaf 7 (1991), nr. 1, p. 13.

Berenlaaiers - inwoners van Lage Zwaluwe; die van Hoge Zwaluwe heten Donkerlanders; die van Moerdijk de Spieringkruiers.
Leo Zelissen: Over de geschiedenis van Lage Zwaluwe in de jaren na de eeuwwisseling.
In: De Bùrt. Uitgave van de Vereniging Heemkundekring "Willem Snickerieme" te Hooge en Lage Zwaluwe (1990), nr. 9, p. 7.

Gorteldonk / Gortzakken - Het van oudsher katholieke Limmen heet tijdens carnaval Gorteldonk. De bijnaam van een Limmenaar is een Gortzak. Gepelde gerst is gort en gerst heeft het op de geestgronden van Limmen altijd uitstekend gedaan.
Jan Derk Gerritsen: Van Lymbon tot Limmen in 1250 jaar.
In: Noord-Holland 9 (1990), nr. 5, p. 19.

Heksen - inwoners van Pesse in Drenthe.
Willem de Blécourt: Termen van toverij.
Nijmegen, SUN, 1990, p. 195.

Koekvreters - inwoners van Baarlo; Baolderse koakvraeter, Baolderse kook (en kukskes); i.v.m. de attractie bij feesten: het kokeraad.
Miep Heines: Keuk en Kukskes. Officiële en officieuze persoonsnamen in Baarlo.
Baarlose Sprokkelingen, nr 20. Baarlo, Historische Werkgroep "de Borcht", 1990, nr. 20, p. 6.

Stropiedorp / Stropielekkers (Strooplikkers) - Zaamslag en inwoners, i.v.m. anekdote over een lek in een vat stroop.
Mededelingen van de Zeeuwsche Vereniging voor Dialectonderzoek.
In: Nehalennia (1990), nr. 80, p. 38.

Kroosduikers, Stijfselkneters etc.
Encyclopedie van de Zaanstreek. Eindredactie Jan Pieter Woudt, Klaas Woudt.
Wormerveer-Zaanstad 1991, p. 138-139.

Artepellers (Erwtenpellers) - inwoners van Papendrecht.
Uit de ouwe dôôs. In: Mededelingenblad Historische Vereniging Hardinxveld-Giessendam 13 (1991), nr. 3, p. 129.

Schapekoppen of Schapedieven - inwoners van Dordrecht, i.v.m. 17e eeuwse legende over een gestolen schaap; carnavalsnaam van Dordt: Ooi- en Ramsgat.
Sibrand de Grauw & Gerard Gast: ABCDordt. Dordtse uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes.
Dordrecht 1991, p. 90.

Garenpapen - inwoners van Meijel.
Herman Crompvoets: Mééls woordenboek.
Medelo 6. Bijdrage tot de kennis van het Meijels heem. Meijel 1991, p. 110.

Grombuikers en Haringvreters - inwoners van Katwijk; grom is het ingewand van een vis; die van Rijnsburg heten Kleihielen, Koolstronken of Uien; die van Noordwijk de Suikerkonten omdat ze chicorei verbouwden.
Jan Swagerman: Vertellingen rondom de Oude Rijnmond.
Katwijk 1991, p. 134.

Kienawers - inwoners van Helmond; kienaw = kijk nu.
Zouwe kenne waai Hellemonders mekaar vurstoan.
Heemkundekring Beistervelds Broek 1991, p. 27.

Koolhazen - inwoners van Lochem, i.v.m. sage over het vangen op een koolveld van een haas die een ezel bleek te zijn.
Tienus: Kool; z'n historie en z'n sage.
In: De Olde Kaste. Uitgave van de Oudheidkundige Vereniging Hengelo Gelderland 4 (1991), jrg. 4, nr. 2, p. 17.

Klokkenverzuipers - inwoners van Oegstgeest; de parochianen die een klok gingen kopen, kwamen zonder klok terug; het geld was op aan reis- en verblijfkosten.
Riet van Dort: Sodom en Gomorrah, Nazareth, De Kaap en de Klokkenverzuipers.
In: Vereniging Oud Oegstgeest presenteert. Halfjaarlijks periodiek van de Vereniging Oud Oegstgeest 6 (1994), nr. 2, p. 21.

Kruikezeikers - inwoners van Tilburg.
Henk van Doremalen & Paul Spapens: Kruikezeikers. Mythe en werkelijkheid van een Tilburgs fenomeen.
Tilburg, Tilburgs Stadsmuseum, 2004, 46 p.

vrijdag 1 februari 2013

Namen in de literatuur - oratie van hoogleraar Karina van Dalen-Oskam

Waarom heeft commissaris Van Veeteren uit de Zweedse krimi's van Hakan Nesser een Nederlandse naam? Nee, deze vraag is niet juist, de vraag moet zijn: Hoe Nederlands is de naam Van Veeteren?
Het antwoord is: Voor de lezers lijkt Van Veeteren een Nederlandse naam, in de eerste plaats allicht door het voorzetsel 'van', maar hij bestaat niet als zodanig. Bovendien is deze naam waarschijnlijk niet zo maar bedacht door de auteur, maar heeft hij er bewust Zweedse woorden in door laten klinken, de vloek "Fan vet" of "Det vete Fan", wat zoiets betekent als 'alleen de duivel weet het', terwijl -vetare in een woord als Kulturvetare iemand met kennis van cultuur aanduidt. De naam Van Veeteren zou begrepen kunnen worden als 'iemand die van de duivel weet'.

De volgende vraag is: Hoe staat het met namen in de literatuur? Al jarenlang onderzoekt Karina van Dalen-Oskam, als een van de weinigen in het Nederlandse taalgebied, als zij daar naast haar andere werkzaamheden gelegenheid voor heeft, eigennamen in romans. Zij analyseert het gebruik en de functies van eigennamen als stilistisch element. Naamgeving is voor schrijvers uiterst belangrijk; een systematische verdieping van naamkundig onderzoek binnen de literatuurwetenschap kan tot saillante inzichten leiden.
Karina was van 2005 tot 2011 onderzoeksleider ICT & Teksten bij het Huygens Instituut en is sindsdien bij het Huygens ING onderzoeksleider van de afdeling Letterkunde. Meer nog, en grootschaliger, kan zij nu aandacht aan namen in de letteren besteden door haar ICT-expertise te beproeven in het project Namescape: "mapping the onymic landscape" - het naamkundige landschap in kaart brengen door een veelheid van teksten in een corpus doorzoekbaar te maken en woorden en begrippen te voorzien van 'tags' (kenmerken).
Inmiddels mag Karina ook met de titel professor worden aangesproken. Zij is bij de Universiteit van Amsterdam tot hoogleraar 'computationele literatuurwetenschap' benoemd. Aanstaande vrijdag, 1 februari 2013, houdt Prof. Dr. K.H. van Dalen-Oskam in de Aula der Universiteit (Singel 411) om 4 uur 's middags haar oratie, getiteld: De stijl van R.

Wie meer wil weten over de hoedanigheid van commissaris Van Veeteren als personage in naamkundig onderzoek leze het artikel 'Nordic Noir: waar komt commissaris Van Veeteren vandaan?'

donderdag 17 januari 2013

Een unieke voornaam: Migitima

In het het vierde nummer (p. 85-88) van jaargang 2012 van tijdschrift Gens Germana van de Werkgroep Genealogisch Onderzoek Duitsland (WGOD) staat een leuk artikel van André Schröder met de titel Een unieke doopnaam.
Het gaat over Josepha van den Berg, die 19 januari 1810  in Veur gedoopt werd als "Josepha, illigitima, p. Joseph van den Berg, m.: Alida Schutte".
Toen ze bij haar huwelijk een doopactie moest overleggen werd "Josepha, illigitima" door de kopiist verbasterd tot Josepha Migitima. Een unieke voornaam inderdaad. Bij latere gelegenheden werd Migitima weer verbasterd tot de al even unieke Gemitema en Genetina.
Een foutje komt nooit alleen...

Namen van migranten in het Jaarboek CBG

Over grenzen / Crossing bounderies / Au-delà des frontières luidt titel en thema van het Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie van 2012. Daarin is ook een aantal artikelen  over de namen van immigranten opgenomen. Leendert Brouwer vat daarin samen hoe achternamen van elders door de eeuwen heen in ons namencorpus een plaats hebben gekregen. Enkele auteurs van de CBG-serie Voorouders van verre hebben vervolgens een stukje geschreven over de namen uit Suriname, de Antillen, China en de Molukken.
Behalve in het jaarboek, dat u mogelijk als Vriend van het CBG heeft ontvangen, kunt u deze artikelen nu via internet op uw beeldscherm lezen: Buitenlandse namen in Nederland - Jaarboek CBG 2012.
  • Leendert Brouwer: Namen van buitenlanders in ons binnenland.
  • Jean Jacques Vrij: Namen uit Suriname.
  • Christel Monsanto: Antilliaanse namen.
  • Kees Kuiken: Van Chens en Chans tot poldermans. Chinese namen in het Nederlands en Nederlandse namen in het Chinees.
  • Ron Habiboe: De herkomst van Molukkers en hun namen in Nederland.

dinsdag 15 januari 2013

Merknamen: Names in the Economy (NitE)

In 2009 werd door het Meertens Instituut in Amsterdam een internationaal congres over merknamen georganiseerd: Names in the Economy (NitE). Deze succesvolle bijeenkomst van specialisten op dit gebied werd voor de derde maal gehouden om te voldoen aan de groeiende behoefte van wetenschappers en mensen uit het bedrijfsleven om uitgebreid met elkaar van gedachten te wisselen.

Onder redactie van de organisatoren Reina Boerrigter en Harm Nijboer is nu een aantal lezingen gebundeld:
Names as Language and Capital. Proceedings Names in the Economy III (2012). Beschikbaar via de website van het congres.



Omdat iedereen dagelijks met merknamen te maken heeft, of aan de invloed van merknamen onderworpen wordt, moet u ook nu de verleiding niet weerstaan: U heeft bijvoorbeeld vast altijd al eens willen lezen over ‘brand differentiation’ - hoe en waarom multinationals hetzelfde product onder verschillende namen verkopen. Of hoe cosmeticabedrijven met hun productnamen aan uw lifestyle tegemoet komen en ‘m vorm geven. Hoe ingenieus worden wij als consumenten benaderd: “at first sight cosmetic brands seem to be zealous advocates of individuality. A second look, however, reveals that they are clearly differentiated along social categories and especially gender lines ...”
Hoe belangrijk is de symboliek van een naam! Marketeers weten ervan en spelen hun troeven uit!

Meertens Instituut & naamkunde

Hoewel er veel publieke belangstelling is voor verschillende aspecten van eigennamen (betekenis, popularitiet, connotatie, verspreiding, herkomst), is de wetenschappelijke aandacht voor naamkunde in Nederland gering.
Ook aan het Meertens Instituut voor Nederlandse taal en cultuur, dat in het verleden het Instituut voor Volkskunde, Dialectologie en Naamkunde heette, zijn inmiddels geen onderzoekers meer verbonden die een naamkundige taakstelling hebben.
De Nederlandse Familienamenbank is aan het Centraal Bureau voor Genealogie overgedragen en er is sprake van dat ook het beheer van de Nederlandse Voornamenbank door het CBG wordt overgenomen. De vraag is nu: wat gaat er met de resterende namencollecties gebeuren, zoals de verzameling veldnamen en het documentatiesysteem Namen en Naamkunde in Nederland (NNN) met de literatuurcollectie die hierin wordt ontsloten?
Onlangs is het Onderzoeksplan 2013-2018 uitgekomen onder de titel Crossing Boundaries 2012-2018 en daarin wordt in de agenda een “reconsideration of the Institute’s role with respect to onomastics” aangekondigd.

De problematiek omtrent naamkunde (= onomastics) wordt als volgt verwoord:
“The documentation which the Meertens Institute harbours in the area of christian names, family names and place names (field names among others) remains a difficult point. The Meertens Institute has - on quality grounds and after evaluation by a (partly external) committee - terminated research in the area of onomastics. Also outside the Institute there is no or hardly any research in the Dutch research community that justifies substantial investments in the documentation of the study of names. The question is now what should happen to the Institute’s extensive documentation store on the study of names and consonant activities in the area of documentation. The Meertens Institute has been entrusted with tasks in the study of names since 1948. The fact that research on names is being terminated might be an inducement to also terminate related documentation tasks, in line with the Institute’s general policy that documentation should be linked to current or future research.
As of 2012 the Dutch Family Name Bank has been transferred to the Central Bureau of Genealogy (CBG) in The Hague, for the first 5 years as a joint enterprise with the Meertens Institute; after that, the CBG will take over. In the coming period it will be investigated what we should do with other documentation in this field. A discussion on the transfer of the Dutch Christian Name Bank to the CBG has been started. This point clearly demonstrates that the main objective of the Meertens Institute lies in its research activities: although the name banks are among the most popular parts of the website, the Institute is in the process of transferring these documentative data banks to other organizations, on the condition that the documentation of relevant data is being continued by the owners.”
Hans Bennis: Crossing Boundaries. Research plan 2013-2018 Meertens Institute, p. 100.

vrijdag 11 januari 2013

Populairste kindernamen van 2012

Emma en Daan stonden ook in 2012 weer bovenaan de lijst met meest voorkomende namen voor nieuwgeborenen. Bij de jongens stond Bram op plaats twee, gevolgd door Sem, Lucas en Milan. Bij de meisjes werden de plaatsen twee t/m vijf bezet door Sophie, Julia, Anna en Lisa. 

Bron is de jaarlijkse opgave van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De SVB is verantwoordelijk voor de uitbetaling van de kinderbijslag en daardoor goed op de hoogte van de namen van de pasgeborenen. 

SVB biedt ook de volledige lijst van jongensnamen op volgorde van populariteit en alfabetisch
Idem voor meisjesnamen op volgorde van populariteit en alfabetisch.

Onder de namen die slechts één keer voorkwamen vinden we gedenkwaardige namen als Rehab, Peace, Sappho, Sharia, Adolf, Arafat, Osama, Eros en Beckham...

De toplijsten van de laatste drie jaar waren als volgt:


Jongensnamen Meisjesnamen

2012 2011 2010 2012 2011 2010
1 Daan Daan Sem Emma Emma Sophie
2 Bram Sem Lucas Sophie Julia Julia
3 Sem Milan Milan Julia Sophie Emma
4 Lucas Levi Daan Anna Lotte Lotte
5 Milan Luuk Jayden Lisa Isa Eva
6 Levi Lucas Tim Isa Lisa Lisa
7 Luuk Jayden Levi Eva Saar Lieke
8 Thijs Thomas Thomas Saar Lieke Sanne
9 Jayden Stijn Thijs Lotte Eva Noa
10 Tim Jesse Jesse Tess Anna Anna
11 Finn Finn Luuk Lynn Sara Isa
12 Stijn Ruben Stijn Fleur Fleur Fleur
13 Thomas Tim Ruben Sara Sanne Lynn
14 Lars Thijs Lars Lieke Tess Tess
15 Ruben Lars Finn Noa Lynn Sara
16 Jesse Bram Bram Fenna Noa Roos
17 Noah Julian Julian Sarah Jasmijn Anne
18 Julian Mees Mees Mila Roos Maud
19 Max Liam Sven Sanne Sarah Jasmijn
20 Liam Sven Max Roos Maud Femke

dinsdag 8 januari 2013

Wijzigen van voornamen

Sinds 17 mei 2011 (loi n° 2011-525 du 17 mai 2011) is het in Frankrijk bij wet mogelijk om door tussenkomst van een rechter je voornaam te laten veranderen door de volgorde van je (meerdere) voornamen te herzien. Tot die tijd was dat niet mogelijk en kon je alleen, wanneer je er meerdere had, een voornaam laten vervallen.Voor genealogen betekent dit een nieuwe realiteit om rekening mee te houden. Jean François Leblanc is nu misschien toch dezelfde als François Jean Leblanc. Zie de website van Baptiste Coulmont


Logische vraag die zich vervolgens opdringt: hoe zit dit in Nederland?
In Nederland kun je al langer je voornaam laten wijzigen. Je kunt zelfs een héél nieuwe naam laten registreren. Een verzoek daartoe moet via een advocaat worden ingediend bij de rechtbank. De wet voorziet in een drietal redenen die daartoe kunnen worden aangevoerd:
  • de voornaam is bij de aangifte onjuist opgegeven
  • uw voornaam is niet meer passend, omdat u een geslachtswijziging heeft ondergaan
  • u vindt uw naam lelijk
Zie website Judex.nl voor meer informatie over de Nederlandse praktijk.
Daar kun je ook alles lezen over voorwaarden en procedure om te komen tot wijziging van je achternaam.

Een andere naamkwestie die het verdient om in dit verband genoemd te worden is die van het gebruik van de achternaam van je partner of je ex-partner. In de praktijk komt het er op neer dat je naar keuze je eigen naam kunt voeren, de naam van je (ex-)partner of beide in combinatie (in willekeurige volgorde).
Jansen gehuwd met De Buin kan zich bedienen van de volgende achternamen:
  • Jansen
  • De Bruin
  • Jansen - De Bruin
  • De Bruin - Jansen
Zie ook daarvoor de website Judex.nl

Dit artikel werk eerder gepubliceerd op 17 juni 2011 in Methodiek dossier@CBG

maandag 7 januari 2013

Plaatsnamen en herkomstonderzoek

Bij genealogisch onderzoek stuit je regelmatig op plaatsnamen (toponiemen) waarvan je in eerste instantie geen flauw idee hebt waar je ze moet zoeken. Of je denkt het wel te weten en komt er later achter dat je er helemaal naast zat. 
Net als bij familienamen zijn ook plaatsnamen niet onveranderlijk. De spelling wijzigt in de loop van de eeuwen en soms krijgen plaatsen zelfs een nieuwe naam. Denk maar eens aan plaatsen in Oost-Europa die onder de communisten werden genoemd naar vaderlandse helden en later weer hun oorspronkelijke naam terug kregen. Zoals Sint-Petersburg > Leningrad > Sint-Petersburg.
Ook nemen plaatsen toe of af in belang. Een klein gehucht van weleer kan een grote stad zijn geworden en een voormalige buurgemeente hebben overvleugeld. Soms vervallen gemeenten tot buurtschappen. Sommige dorpen worden opgeslokt door steden en de naam vind je dan terug als stadswijk, straatnaam of zelfs helemaal niet meer. Dan hebben we nog verdwenen dorpen en verdronken plaatsen. Sommige plaatsnamen komen vaker voor dan je denkt, hetgeen nogal eens tot verwarring leidt. Om nog maar te zwijgen van verschrijvingen, fonetische spelling etc.
Met andere woorden, een historische plaatsaanduiding juist interpreteren is niet altijd een abc'tje.

Bij het Stadsarchief Amsterdam hadden ze die ervaring ook. De medewerkers kregen veel vragen van bezoekers naar aanleiding van duistere toponiemen. Dat was voor de voormalige gemeentearchivaris Simon Hart aanleiding om een kaartsysteem te maken met aangetroffen oude herkomstbenamingen en de juiste moderne benaming. Hiervan is inmiddels een lijst gemaakt. Die lijst is als PDF te downloaden en telt inmiddels maar liefst 1918 pagina's !!

Uiteraard is geen enkele lijst volledig. Ook niet eentje van bijna 2000 pagina's. Niet in de laatste plaats omdat deze lijst gebaseerd is op de Amsterdamse ervaringen. Voor de mensen die met de lijst niet geholpen zijn volgen enkele tips om zelf op onderzoek uit te gaan. Het Stadsarchief Amsterdam houdt zich aanbevolen voor aanvullingen.


Op internet zijn enkele handige sites te vinden met overzichten van Nederlandse plaatsnamen. Zoals Metatopos.org, met ongeveer 6500 plaatsnamen , op verschillende manieren gepresenteerd.

Erg handig is ook de Gemeente Atlas van Kuyper. Op de gedetailleerde kaarten per gemeente die zijn gemaakt in tussen 1865 en 1870 zijn vaak de kleinste gehuchten nog terug te vinden.

In z'n algemeenheid zijn oude kaarten vaak waardevolle hulpmiddelen bij herkomstonderzoek. Ook de website WatWasWaar biedt een groot aantal oude kaarten die behulpzaam kunnen zijn.

Op de website van het Netwerk Naamkunde is een speciaal hoofdstuk gewijd aan etymologie van toponiemen. Daarbij ook aandacht voor boerderijnamen. Boerderijnamen waren in het verleden vooral in Gelderland van belang als onderscheidend element. Vaak werden mensen zelfs naar de boederijnaam genoemd. Dit is onderwerp van een bloeiend speciaal onderzoekspecialisme van met name het Oostgelders Tijdschrift voor Genealogie en Boerderijonderzoek, het OTGB.



In de databank Namen en Naamkunde in Nederland en elders (NNN) van het Meertens Instituut kun je zoeken naar informatie over eigennamen. In dit documentatiesysteem is naamkundige en andere literatuur die vanaf 1987 gepubliceerd is inhoudelijk ontsloten. Je vindt er relevante informatie over afzonderlijke namen en over specifieke naamkundige onderwerpen. Aangezien de Nederlandse Voornamenbank en de Nederlandse Familienamenbank toch de aangewezen databanken zijn voor informatie over afzonderlijke persoonsnamen, leent NNN zich vooral voor het zoeken naar toponiemen (aardrijkskundige namen). Maar ook allerlei andere onderwerpen komen aan bod, zoals bijnamen en merknamen.
NNN is aan een plaatsregister gekoppeld, zodat eigennamen ook gelokaliseerd kunnen worden en bovendien kan men zoeken naar publicaties met betrekking tot een bepaalde plaats, bijvoorbeeld naar literatuur over de straatnamen in Amsterdam.
NNN concentreert zich op Nederland en streeft ernaar alles wat over Nederlandse namen geschreven is op te nemen. Maar NNN "en elders" is ook een ingang op belangrijke publicaties uit de omringende landen.

Wanneer je voorouders uit het buitenland komen kun je evengoed te maken krijgen met plaatsnamenproblematiek. Vaak nog verergerd doordat de ambtenaar, dominee of pastoor in kwestie bij het noteren van plaatsen van herkomst de neiging had minder precies te zijn naar mate de plaats verder weg was en de vreemdeling vaak ook nog eens een andere taal sprak.
In Frankrijk was de Franse Revolutie aanleiding om veel plaatsnamen te wijzigen. Gelukkig zijn er oude kaarten waarop de oude plaatsnamen te vinden zijn, en zijn er onderzoekers die lijsten aanleggen met oude plaatsnamen. In Migranten dossier@CBG is hier eerder aandacht aan besteed.

Er handig is verder de forum-website Exonyme - Vergessene Ortsnamen. Daar worden vergeten plaatsnamen uit de hele wereld gesignaleerd, gezocht en besproken. Daar een vraag stellen kan een goed idee zijn.


De benaming van een land, plaats of rivier in het eigen taalgebied wordt een endoniem genoemd. Een exoniem is de benaming vanuit een ander taalgebied. Dus Luik is het Nederlandse exoniem voor het Waalse endoniem Liége, en La Haye is het Franse exoniem voor het Nederlandse endoniem Den Haag.
Wikipedia geeft bijvoorbeeld een overzicht met buitenlandse benamingen voor Nederlandse en Belgische plaatsen onder de titel: Lijst van exoniemen. Zie daarnaast ook de Lijst van endoniemen.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op 18 april 2011 in Methodiek dossier@CBG